Sprinkhanen gezocht
Van oud naar nieuw
Veertien jaar geleden verscheen deel 1 van de serie de Nederlandse Fauna. Het was een prachtig boek over sprinkhanen en krekels. Vol wetenswaardigheden en per soort een stippenkaart waarop de toen actuele verspreiding in een oogopslag te zien was. De sprinkhanenatlas bleek een trendsetter voor een hele serie mooie boeken met verspreidingskaarten. De dieren zelf hadden echter geen boodschap aan de hun met zwarte stipjes opgelegde verblijfplaatsen. Ze deden hun naam eer aan en sprongen naar plaatsen waar ze voorheen niet gezien waren en omgekeerd lijken ze soms ook verdwenen van plaatsen waar ze altijd gezeten hadden. Tijd dus om na 14 jaar een nieuw verspreidingsonderzoek te starten.
Sprinkhanen in de computer
De opzet van dit project is om in 2013 een nieuwe verspreidingsatlas te publiceren. Niet zo’n groot boek als de vorige atlas, maar een handzaam werkje waarin vooral korte beschrijvingen van de soorten staan en hun verspreiding in Nederland.
Anders dan bij de vorige inventarisatie is er nu een grote rol voor weggelegd voor de digitale aanlevering van de waarnemingen. Op waarneming.nl zijn onder het kopje “projecten” twee sprinkhanenitems te vinden. Het eerste is een projectomschrijving waarop onder meer alle soorten goed beschreven worden. Het tweede is een overzicht van de stand van zaken van de lopende inventarisaties. Ook kunnen geïnteresseerden inzoomen op de eigen omgeving om te controleren of de daar voorkomende sprinkhanen wel doorgegeven zijn, en bij toenemend enthousiasme, zelf de meest nabijgelegen witte vlekken op de kaart gaan invullen met eigen waarnemingen. Een extra administrator zorgt ervoor dat alle aangeleverde waarnemingen gekeurd worden.
Ook de waarnemingen op Telmee en de aan het EIS toegestuurde meldingen doen natuurlijk gewoon mee in het eindplaatje.
Nieuwe soorten en verborgen beesten
In de laatste 20 jaar zijn er 6 nieuwe soorten sprinkhanen in ons land gemeld. Het is natuurlijk extra leuk om bij deze nieuwkomers te kijken hoever ze al ingeburgerd zijn. Ook bij de soorten die niet zo makkelijk te vinden zijn kunnen waarschijnlijk nog veel nieuwe stippen gezet worden. Het gaat hierbij om de volgende dieren.
Zuidelijk spitskopje (Conocephalus discolor). Een mooi groen sabelsprinkhaantje met en puntige kop en lange vleugels. De vrouwtjes hebben een lange rechte legboor. De twee soorten spitskopjes leven in vochtige biotopen.

Zuidelijke boomsprinkhaan (Meconema meridionale). Een kleine heldergroene sabelsprinkhaan met zeer kleine vleugeltjes. De dieren kunnen niet vliegen maar lijken zich liftend met allerhande voertuigen in vrijwel elke stad te kunnen vestigen.
Boomkrekel (Oecanthus pelluscens). Een slank lichtbruin krekeltje dat via de Rijn ons land binnen kwam. De melodieuze zang is alom geliefd als achtergrondgeluid bij romantische filmscènes en als campinggeluid in zuidelijke landen. De vindplaatsen zijn tot nu toe steeds in de uiterwaarden van de grote rivieren geweest.
Kiezelsprinkhaan (Sphingonotus caerulans). Een grote veldsprinkhaan met een matte grijsblauwe kleur. De achtervleugels hebben een blauwe vlek die niet door een zwarte band omgeven wordt. Het dier lijkt sterk op de Blauwvleugelsprinkhaan die echter wel een zwarte band achter het blauw op de vleugel heeft. Sinds 2010 te vinden op enkele stenige plaatsen met een grindbed en schaarse begroeiing.
Spoorkrekel (Eumodicogryllus bordigalensis). In 2010 gevonden op een spooremplacement bij Ede. Een kleine krekel met een zeer verborgen levenswijze. Het geluid is o.a. te horen via de site van waarneming.nl. Deze vijf nieuwe soorten proberen we extra goed in kaart te brengen.
In het rivierengebied kan verder gezocht worden naar nieuwe vindplaatsen van de Moerassprinkhaan, de Gouden sprinkhaan en de Greppelsprinkhaan.
In alle terreinen met een overgang van kruiden naar struweel en bos kan de sikkelsprinkhaan opduiken.
Voor iedereen die mee wil zoeken naar sprinkhanen geld dat elke waarneming welkom is. Ook de verspreiding van gewone soorten als Bruine sprinkhaan, Ratelaar, Krasser en Kustsprinkhaan, Struiksprinkhaan en Grote groene sabelsprinkhaan moet verantwoord in beeld gebracht worden. Als die niet doorgegeven worden lijken ze straks veel zeldzamer dan ze in werkelijkheid zijn. Bovendien is het door het opschrijven van deze zomerspringers vrijwel onmogelijk een volkomen sprinkhaanloos veldbezoek te ondernemen, hopelijk een lokkend vooruitzicht voor velen.
Wilbert Kerkhof