Mannetjes met brede donkerblauwe band in de vleugels die basis en top van de vleugels vrij laat bij de vrouwtjes zijn de vleugels doorschijnend groen tot groenbruin. Kieuwbladen met in het midden een lichte dwarsband en het middelste blad breder dan de buitenste twee. 60-70 mm, mei-september Overwegend langs grotere, rustig stromende tot bijna stilstaande rivieren. In vrijwel geheel Europa. Vrij algemeen op de zandgronden en langs de rivieren. Herstelt zich weer enigszins na de snelle achteruitgang in de laatste helft van de vorige eeuw.